Web Maker

IK BEN VOOR CLUB

05 augustus 2017

Al sinds mijn geboorte ben ik voor Club. De Club van Brugge. Blauw-Zwart, een mooiere kleurencombinatie bestaat er niet, toch? De liefde voor Club is onvoorwaardelijk. In goeie en in slechte tijden, altijd voor Club. Soms krijg ik de vraag hoe het zover is gekomen. Het antwoord is simpel : van vader op zoon doorgekregen.


Als kind was die liefde vooral een soort blind vertrouwen in Club. Op de speelplaats is het tussen kinderen altijd een opbod over wie de beste ploeg is. Hoongelach van de klasgenootjes bij een nederlaag, maar desondanks altijd voor Club. De ontgoocheling/euforie was dan des te groter als het niet/wel lukte om op het einde van het seizoen de titel te pakken.


Als tiener begin je alles in vraag te stellen, te rebelleren zelfs. Trainers of spelers moeten het ontgelden als Club niet goed speelt. Bestuursleden moeten opzij als Club geen prijs pakt. En als Club dan wel goed speelt en prijzen pakt, dan is dat eigenlijk de normaalste zaak van de wereld. En toch, wat er ook gebeurt : altijd voor Club.


Als volwassene doorloop je die periodes meestal in sneltempo. Bij een nieuwe trainer of een nieuwe speler is er dat blind vertrouwen, maar dat kan snel omslaan. Je kijkt vooruit, je analyseert, je vergelijkt met het verleden. En je maakt een oordeel over wie of wat de oorzaak kan zijn. Zelfs als de voorspellingen tegenvallen, altijd voor Club.


Altijd voor Club. Met die mentaliteit ga ik elke keer naar Club gaan kijken. En dat is iets wat me van het hart moet. Waarom wordt er de laatste jaren zoveel gefixeerd op andere teams? Mijn supportershart bloedt als ik op de fandag de Noord anti-Buffalo of anti-mauve liedjes hoor zingen en geen “Hand in Hand, kameraden!”. Zelfs tijdens de Brugse Metten of de laatste away op Lokeren. Ja, Perbet is een ex-Buffalo en ja, Lokeren is niet beste vriendjes met Kwek. Who cares? WE ARE BRUGES!


Tuurlijk mag er gelachen worden met de concurrentie en tuurlijk mag er kritiek komen op beleid of keuzes van trainers, bestuursleden, spelers van Club. Nee, het moet zelfs, maar op de juiste momenten. Zodat Club er beter/groter van wordt. Van zodra de scheids de wedstrijd op gang blaast tot aan het laatste fluitsignaal, dan is het altijd voor Club! Wat er ook gebeurt.


Dat er in de wedstrijden tegen Kwek of mauve dan eens anti-gezang is, ook dat moet. Zelfs tot op of over het randje, maar toch niet tegen godbetert Lokeren of dit weekend Eupen? Daarom kameraden, morgen hand in hand voor de eerste thuismatch van Blauw-Zwart. Want een mooiere kleurencombinatie bestaat er toch niet? Dat heb ik althans zo toch doorgekregen van mijn vader.

PRIDE AND PASSION

08 juli 2017

16 september 2003. Een doodgewone dinsdagavond zou je denken, maar om 20u43 gebeurde er iets speciaal. Iets wat de rest van mijn blauwzwarte supporterscarrière zou bepalen. En ook die van Blue Army. De openingsspeeldag van de Champions League was sowieso al een unieke belevenis. Die hymne en dat grote ronde spandoek op de middencirkel. Wetende dat heel Europa meekeek. Tegenstander was Celta de Vigo.


Enkele jaren ervoor hadden we een abonnement in de 214, maar ons moeder was de slechte weersomstandigheden een beetje beu geworden en wou naar de Noord-boven verhuizen. Goed, 224 werd het dus. Bedankt, moeder! Op die zomerse dinsdagavond in 2003 zakten we dus af voor een potje Champions League voetbal. Toen we aankwamen op onze plekken hing er een gekleurd blad op onze stoel. Mijn broer en ik hadden een wit papier, mijn moeder en vader een blauw exemplaar. Vreemd, wat kan hier de bedoeling van zijn? Opwarming, stress die opbouwt naar het begin van de match. Om exact 20u43 start de hymne. Rond ons begint de ene na de andere zijn geplooid blad open te vouwen en de lucht in te steken.


Blue Army was op dat moment 5 jaar oud en vooral gekend voor zijn passioneel enthousiasme tijdens het zingen op matchdagen. Af en toe ook eens tegen bestuurlijke schenen schoppen, uiteraard. En het fanzine om de supporter een stem te geven, maar ook zelf af en toe een geweten te schoppen (Wie herinnert zich de quoteringen van het publiek nog?). Dit was echter van een ander niveau qua sfeerbeleving. Dit was uniek en ik weet nog dat ik als kind achteraf op school heel fier ging vertellen tegen mijn maatjes dat ik een onderdeel was geweest van een tifo. Zij hadden echter geen flauw idee waarover het ging, want toen zaten internet en sociale media nog in het stenen tijdperk vergeleken met nu.


In de jaren die volgden op die bewuste 16 september is Blue Army zich verder blijven ontwikkelen. Tifo’s over meerdere tribunes, vlaggenacties, spandoeken, sfeeracties over het hele stadion. Zelfs wisseltifo’s en recent nog een stadion-wisseltifo. Elke keer weer een beetje beter, een beetje groter. En het meest fantastische gevoel daarbij als fan is dat je elke keer opnieuw een onderdeel bent van die familie. Of dat nu is door Blue Army te steunen door het kopen van een lidkaart, te komen helpen tijdens de voorbereidingen van een actie of door gewoonweg te zwaaien met een vlag of het openplooien en omhoogsteken van je tifoblad.


Winnen of niet, maar bij elke sfeeractie heb ik nog elke keer datzelfde gevoel van toen. Fierheid! Trots om onderdeel te zijn van de Clubfamilie. En niet onbelangrijk, een invloed te hebben op die 11 helden op het veld. We doen het niet om de pers te halen, maar om die 11 spelers in blauwzwart zichzelf te laten overstijgen. Om de tegenstander te tonen voor de match “Hier kunnen jullie niks komen rapen!”.


Blue Army heeft mijn jeugd en mijn supporterscarrière blauwzwart gekleurd. Bedankt, Bollie! Bedankt, Geert! Bedankt aan iedereen die de afgelopen 19 jaar een actieve rol heeft gespeeld bij Blue Army! Ik hoop dat ze ooit hetzelfde kunnen zeggen over ons, dat we kleur gegeven hebben aan de jeugd van nieuwe generaties Clubfans.