free website software

OOG VOOR DETAIL

10 augustus 2017

Reeds van toen ik nog een kind was, kon ik me al spelend opjagen wanneer bepaalde details niet goed zaten. Een spelend kind, dat is fantasie. Dat beweegt zichzelf voort in een bijeen gefantaseerde wereld waarin hij of zij, naargelang de spelsituatie, meestal een zeker beroep uitoefent dan wel als superheld de wereld behoedt van alle onheil. En toen reeds, waren ze voor mij zo belangrijk… Die details. Spelen, dat was het immers voor de grote mensen. Voor mij was het bittere ernst. Het moest net als écht zijn. En hoe kan het nu net als écht zijn, als die details niet goed zitten?


Don Diego de la Vega op TV z’n metamorfose naar Zorro zien maken, waarbij hij een soort zwarte bandana met ooggaten over gans z’n hoofd trok als masker, met daarop dan z’n hoed. De ontgoocheling was groot toen ik eindelijk ook zelf een Zorro kostuumpje kreeg. Een gewoon maskertje met elastieken rekkers om over uw hoofd te trekken? Maar dat zouden ze toch onmiddellijk zien dat het niet echt is? Dat het grote, op z’n achterpoten springende zwarte paard in m’n fantasiewereld al achterwege moest blijven, kon ik nog enigszins relativeren. Maar kunnen we er op z’n minst voor zorgen dat het masker goed zit?


Zo rond het vijfde leerjaar, toen m’n fascinatie voor het voetbalgebeuren en vooral Club Brugge in volle bloei stond, trok dat oog voor detail zich ook in die wereld door. En dan meer specifiek in de shirts waarmee de spelers op het strijdtoneel verschenen. M’n kamer hing vol met uit m’n ouders hun ochtendkrant gescheurde knipsels met spelers van Club. Spehar en Stanic waren net weg, het was Gert Claessens die op dat moment m’n aandacht trok. De op dat moment vaak scorende rugnummer 11 kwam je het meest tegen op de tientallen knipsels aan de muur van m’n kamer.


Toen reeds, als twaalfjarig ventje, maakte ik een gedetailleerde analyse van zijn shirt. Het was het seizoen ‘97-’98, Club speelde nog in Adidas shirts met de kop van het toenmalige Gemeentekrediet als hoofdsponsor vooraan. Achteraan stond een grote zwarte print van het Club logo over gans de rug, met daarin het witte rugnummer en erboven de spelersnaam. Onderaan in die geblokte rugnummers van dat seizoen, stond nog voluit ‘adidas’ geschreven. Zo, met kleine letters, nog geen logo met drie strepen. Die nummer 11 van Claessens werd met oog voor elk detail door mij nagetekend op papier, en uitgehangen in m’n kamer.


U merkt het, Zorro had m’n fantasiewereld ondertussen verlaten en werd volledig ingeruild voor voetballers van Club. De tuin van m’n grootouders als een bijeen gefantaseerd Jan Breydelstadion. De paal in de tuin die m’n grootmoeder haar wasdraden omhooghield was de rechter doelpaal, de haag waarin die draden verdwenen de linker. Het in hout aan het huis gebouwde staketsel, waarin de houtblokken voor de open haard lagen te wachten op hun verbranding, was de tribune met supporters. Ik dribbelde er, maakte er wereldgoals en liep er juichend ererondes door het stadion. Mijn stadion.


Eén iets ontbrak nog, een écht Clubshirt om mee te spelen. Toen ik me rond die leeftijd aansloot bij de plaatselijke voetbalploeg kon ik m’n ouders ervan overtuigen dat ik effectief wel zo een Clubshirt nodig had om te gaan trainen. En in die tijden, lang voor de Clubshop de hedendaagse online mogelijkheden bood, betekende dat dus gaan aankloppen bij de plaatselijke sportwinkel. De voetbalshirts van Club Brugge en van die uit Brussel werden er naast elkaar uitgestald. Van Premier League ploegen was er nog lang geen sprake, laat staan van zichzelf topploeg noemende provincieploegjes.


Ik koos uiteraard voor het Blauw-Zwarte thuisshirt en moest nog enkele dagen geduld oefenen voor de bedrukking. Ik koos voor de 11 van Claessens, maar met mijn eigen naam erboven gedrukt. M’n fantasiewereld, weet je nog... Slapeloze nachten, dagen die weken leken te duren. Maar eindelijk was het dan zover, eindelijk mocht ik m’n shirt gaan ophalen. Ik zie de man z’n gezicht nog voor me. “Het is klaar, ik ga het halen”. Hij verdween even langs achter in z’n winkel, en kwam terug binnen terwijl hij het shirt met z’n twee armen gestrekt voor zich uit hield. Eerst de voorkant tonend. Een glimlach maakte zich meester van m’n gezicht.


Toen hij het shirt omdraaide en de bedrukking toonde, werd die glimlach echter snel omgeruild voor een enorme ontgoocheling en ei zo na acute maagzweer. Hij had er namelijk z’n eigen variant van lettertype op gehangen. Geen geblokte 11 met onderaan ‘adidas’, maar een eigen ontwikkelde 11 bestaande uit dunne lijntjes die – bijna tegen elkaar geplakt – een 11 vormden. Beleefd, doch gefrustreerd verliet ik de winkel met het shirt waar ik zo lang naar verlangd had. Thuis volgde nog een tweede ontgoocheling, toen het shirt wijd uitgespreid op m’n bed lag en ik vergeleek met de foto’s uit de krantenknipsels aan m’n muren. Want waar waren die kleine Gemeentekrediet logo’s die de spelers op de mouwen van hun shirts droegen, eigenlijk op mijn shirt gebleven?


Dit overblijfsel uit m’n kindertijd trekt zich vandaag, ondertussen kop 20 jaar later, nog steeds door. Elke zomer opnieuw verlangen naar die nieuwe shirts. Sommigen geven er bij manier van spreken niets om, zolang ze maar Blauw-Zwart gestreept zijn. Voor mij echter is het een jaarlijks uitkijken naar het belangrijkste stukje textiel dat er is. Er is geen periode op het jaar waarbij ik het supportersforum meer afschuim, dan tijdens de weken waarbij het ‘new shirts’ topic hoogtij viert. Telkens weer benieuwd welke details erin gestoken zullen worden, benieuwd naar wat ze dat tikkeltje anders en hopelijk nóg mooier zullen maken dan het jaar voordien. En gelukkig, telkens in de wetenschap dat ze vandaag in de Clubshop gekocht kunnen worden mét alle details, en er bedrukt worden met het échte lettertype.


Mijn gefantaseerde tribunes van weleer werden ondertussen reeds lang geleden afgebroken, m’n nonkel bouwde er zijn huis op. En op een bal trap ik zelf al lang niet meer. Maar elk jaar opnieuw, is het aangekochte Clubshirt even een terugkeren naar m’n fantasiewereld van weleer. Even voel ik me dan weer speler. Nog altijd ga ik erin op. Toen ik recent het nieuwe Macron shirt ontving, stuurde ik prompt een foto met het shirt naar m’n vriendin, voorafgaand door de teasende woorden “Het is zover!!!”. Toen ze de uiteindelijke foto via WhatsApp opende, reageerde ze: “Ik denk altijd dat je de Lotto gewonnen hebt als je zoiets stuurt. Maar ja, voor u is dat een beetje zoals de Lotto winnen he.”,


met een breed lachende smiley achter … . Het nieuwe Clubshirt in de Clubshop: € 85. Een vriendin die zich kan inleven in uw fantasiewereld: onbetaalbaar.

DE OEFENMATCHEN

08 juli 2017

Zelf kan ik er maar van dromen, en algemeen genomen is het een luxe die weinigen genieten. Vier weken vakantie. Vier. Het moet van m’n studententijd geleden zijn dat ik nog een aaneenschakeling van vier weken zorgenvrij leven gekend heb. Na vier weken begon toen de voorbereiding op de tweede zit immers alweer. Soms zelfs reeds na twee weken, maar daarover ga ik hier niet verder uitweiden. Neen, de heren voetballers mogen écht niet klagen over hun verlofperiode, waarbij ze ons steevast jaloers maken met Instagram foto’s en stories, liggend aan het zwembad van de exclusievere Ibiza poolclub, met hun van – al dan niet natuurlijke – D-Cup voorziene WAG’s. En toch … .


Toch heb ik jaarlijks het gevoel dat dit tussenseizoen zo ongelooflijk snel voorbij vliegt. Net nu m’n vriendin het opnieuw gewoon is om een ‘ja’ te horen op de vraag of ik op zondag vrij ben, knallen de sportkranten en Club TV’s van deze wereld het nieuwe seizoen alweer helemaal op gang. Beelden van de eerste trainingen, binnenvallen op de kamer bij de spelers op het oefenkamp, interviews met de nieuwe trainer, van fora overgenomen geruchten over nakende transfers en weetjes over de pas getransfereerde nieuwe spelers. En uiteraard niet te vergeten: de planning van de oefenmatchen, wat voor mij gelijk staat met het eerste schooldag moment voor de voetbalsupporter.


Ja, ik hou wel van die periode die me steevast doet denken aan het 1 september-gevoel van toen we nog naar school gingen. Je hebt elkaar een tijd lang niet gezien door de vakantie, maar vandaag hervat alles weer. Zie je die bekende koppen terug en besef je dat je je opnieuw mag opmaken voor een jaar vol belevenissen waarover je soms nog heel lang kan navertellen. In die optiek is een voetbalseizoen uiteraard iets leuker om te hervatten dan de schoolperiode van weleer, maar toch zijn de gelijkenissen legio. De hervatting, het opnieuw afspreken met de maten om er samen naartoe te rijden. Terug die praatjes voor aanvang en tijdens de pauze van het serieuzere werk. Opnieuw de geuren opsnuiven die gepaard gaan met de plaats. Muffe klaslokalen en doordringende geuren uit de schoolkeuken, maakten plaats voor de geur van vers gemaaid gras en sigarettenrook op het voetbaltoneel.


Er valt onmiddellijk ook reeds een zekere spanning waar te nemen. Nog niet goed wetend wat het komende jaar allemaal zal brengen. Hoogstwaarschijnlijk zijn er enkele nieuwe jongens in de klas, anderen die ons dan weer zullen verlaten wegens verhuis naar andere scholen of verder nog, andere landen. Dit jaar wordt het zelfs nóg spannender, want voor het eerst sinds lang staat er ook een nieuwe leraar voor de klas. Benieuwd dus, nog niet goed wetend waar hij naartoe zal willen, hoe hij de leerstof zal overbrengen, welke stijl hij zal hanteren, hoe streng hij zal zijn.


En toch vond ik die eerste september zo’n leuke dag. Alles verloopt immers nog in een zeer ontspannen sfeertje. Die eerste schooldag stond, net als de oefenmatchen, gekend als een rustige aanloop naar meer. Er zit nog geen druk op de ketel. Het is een aftasten op alle vlakken. Nog geen ergernissen en iedereen komt nog goed overeen. De jongens die ons verlaten hebben zullen uiteraard gemist worden, maar we gaan er hoopvol van uit dat we evenveel plezier zullen beleven met de nieuwe jongens in de klas. Planningen worden reeds gemaakt, maar liefst ook nog niet teveel in detail. Want die eerste september, dat is toch zo een beetje de uitloper van de vakantie, niet?


In uw achterhoofd echter weerklinkt steeds luider dat stemmetje. Dat stemmetje dat u de keiharde waarheid influistert en u eraan herinnert dat de vakantie toch wel onherroepelijk voorbij is. Straks ligt er immers weer serieus werk op de plank, straks volgen er weer taken, volgen er weer serieuze tests. En dan zullen we er opnieuw moeten staan. Dan zal er weer resultaat moeten gehaald worden. Maar daar moeten we op vandaag nog niet aan denken, toch?


Ach, wat hield ik van die eerste september. Wat hou ik van die oefenmatchen.